Checkmemove.nl

Stichting Schaakschool Indische Buurt

Leren schaken voor iedereen in de
Indische buurt en Transvaalbuurt

Spelregels

Even heel kort de uitleg van het schaakspel, wil je echt leren schaken, kom dan eens langs!

Spelregels
Wit begint
Bij schaken begint degene met de witte stukken. Jij en je tegenstander moeten erom loten wie wit heeft en wie zwart. Hoe doe je dat? Neem een witte pion in je ene vuist en een zwarte pion in je andere. Je tegenstander mag niet weten waarin de witte pion zit. Laat je tegenstander een vuist kiezen.

Zetten
Je moet om de beurt spelen. Als je aan de beurt bent, moet je één stuk verplaatsen. Dat noem je 'een zet doen'. Je mag nooit een beurt overslaan. Hoe de stukken mogen bewegen, is al eerder verteld. Je moet wel hierop letten.
Er mag nooit meer dan 1 stuk op een veld staan.
Alleen een paard mag over een ander stuk springen.
Zorg dat je na je zet niet (meer) schaak staat.

Slaan
Als je slaat, pak je een stuk van je tegenstander van het bord en zet je jouw stuk ervoor in de plaats. Er zijn wel wat regels voor.
Je kunt alleen maar stukken van je tegenstander slaan
Er mogen geen stukken tussen jouw stuk en het stuk wat je wil gaan slaan staan (behalve als je met een paard slaat)
Het stuk dat geslagen heeft, komt op het veld van het stuk dat geslagen wordt (behalve bij de en-passant-regel hieronder)
Het geslagen stuk doet niet meer mee

Pionnen

-Schuin slaan

Pionnen bewegen altijd recht vooruit, behalve als ze slaan. Die slaan schuin naar voren. Ze mogen niet recht vooruit slaan.

-En passant

Dit is een bijzondere regel. Stel je voor: er staat een zwarte pion op d7 en een witte op e5. Als de zwarte nu 2 stapjes naar voren gaat zodat die op d5 terechtkomt, kan de witte hem niet slaan op de gebruikelijke wijze, echter wel door het toepassen van de en-passant-regel:
Deze manier van slaan kan slechts direct nadat de eerste pion naast de andere wordt gezet. Als wit een zet wacht, dan mag het 'en passant' slaan niet meer.

Niet verplicht
Bij schaken is slaan niet verplicht. Je mág slaan als je kunt en wilt, maar het hoeft niet.

Schaak
Als de koning wordt aangevallen door een stuk van de tegenpartij, spreek je van 'schaak'. Als je schaak staat, ben je verplicht om het schaak op te heffen. Dat kan door de koning te verzetten, door er iets tussen te zetten, of door het stuk dat de koning aanvalt te slaan. Je tegenstander kan je waarschuwen als je schaak staat, door "SCHAAK!" te zeggen, maar dat hoeft niet.

Rokeren
De rokade is de enige zet waar je twee stukken tegelijk mag spelen. Een toren en de koning om precies te zijn. Deze bijzondere zet komt in bijna elke schaakpartij voor.
Rokeren doe je zo: zet de koning 2 velden opzij in richting van de toren, en dan springt de toren over de koning heen en gaat er aan de andere kant naast staan.

Lange rokade
Je mag alleen rokeren als:
- de koning en de toren waarmee je wilt rokeren nog niet bewogen hebben;
- de koning niet schaak staat of komt te staan;
- de koning geen veld passeert waarop hij schaak zou staan;
- er geen stukken tussen de koning en de toren staan.
N.B. Je mag rokeren als de koning eerder in het spel schaak heeft gestaan. De lange rokade wordt niet verhinderd door een vijandelijk stuk dat het veld direct naast de toren (dus b1 of b8) aanvalt.

Einde van het spel

Einde van het spel

Het ouderwetse omgooien van de eigen koning als teken van overgave.
Als je koning schaak staat en er niks meer aan gedaan kan worden, is het mat. Je kunt niet naar een ander veld, je kunt de aanvallende stukken niet blokkeren en je kunt ze ook niet slaan. In onderstaand diagram zie je een stelling waar de zwarte koning mat staat.

De koning wordt aangevallen door de witte dame. Zwart kan niet ontsnappen, want de koning kan alleen maar één veld naar links en dan staat hij nog steeds schaak. De andere velden zijn geblokkeerd door de twee zwarte pionnen. De dame kan ook niet worden geslagen en ze kan ook niet worden geblokkeerd. Zwart staat dus schaakmat en wit heeft gewonnen. Dit soort mat wordt wel "mat achter de paaltjes" genoemd, vanwege de pionnen.

Remise
Remise is een gelijkspel bij het schaken. Als je met schaken voorstaat, wil je geen gelijkspel, maar wil je winnen! Maar je tegenstander wil juist wel remise! Dat is nog altijd beter dan verliezen.
Er zijn vijf manieren om remise te maken.
Als de spelers dat zo overeenkomen.
Als er alleen nog maar twee koningen op het bord staan, of met zo weinig materiaal erbij dat mat nooit meer mogelijk is.
Als de speler die aan zet is geen enkele zet meer kan doen, maar niet schaak staat. Die speler staat dan pat.
Als zich in een spel driemaal exact dezelfde situatie voordoet op het bord, met dezelfde speler aan zet, of zich na de volgende zet kan voordoen. De speler die aan zet is moet dan wel de remise claimen, anders gaat de partij verder.
Als er 50 zetten lang niks is geslagen en geen pion is verzet (zeldzaam). Ook hier geldt dat de remise moet worden geclaimd.